De
doodles, vooral Labradoodle (labrador x poedel) en Goldendoodle (golden
retriever x poedel) ziet men steeds vaker in het straatbeeld en ik dus op de
trimtafel. Het zijn zeer sociale en intelligente honden die weinig of niet
verharen. Vooral de Labradoodle wordt aangeschaft door hondenliefhebbers die
allergisch zijn voor de huidschilfers van honden.

Het feit
dat ze steeds vaker voorkomen en een onderhoudintensieve vacht hebben, zorgt er
voor dat er bij de eigenaren van deze honden steeds meer vragen komen en
problemen rijzen doordat de vacht snel
klit.

Ook de
misverstanden over deze hypo-allergene honden vraagt wat uitleg.

Als men
zich er goed in verdiepen wil, kun je veel informatie vinden op internet, maar
wat mij betreft kan het niet vaak genoeg verteld worden. Door onjuiste
informatie of ondoordachte beslissingen heb je niet alleen zelf een
teleurstelling te incasseren, maar voor de hond is het wat mij betreft nog
erger als hij heen en weer wordt geslingerd tussen onwetende baasjes.


Onderhoud

Het
onderhoud van de labradoodle-vacht begint al bij de net aangeschafte puppy.

De vacht
van een puppy is heerlijk zacht en vraagt om geaaid te worden. Veel doen zou ik
zeggen, maar pak daar ook eens een kam voor. Het is zo belangrijk dat een pup
van jongs af aan leert omgaan met kammen, borstelen, voetjes vast pakken en
eigenlijk overal laten betasten, zodat het op latere leeftijd geen gestreste
hond op de trimtafel of dierenartstafel wordt, met alle gevolgen van dien.

Ga met
een pup van ongeveer 15 weken naar de puppytrim. Bij elke goede trimsalon nemen
ze de tijd voor een pup om hem/haar op een prettige manier te laten wennen aan
het trimmen. Even op tafel, spelen, kammen, spelen, etc. Dit is meestal gratis.

Pas als
de pup volgroeid is (5 tot 7 maanden) is het tijd voor een echte trimbeurt.

Als de
hond een volwassen vacht krijgt (7 maanden tot een jaar), verandert de zachte
en losse vacht in een dikkere klitgevoeligere vacht. Omdat de doodles nog niet
zo lang bestaan (rond 1990) zijn er nog veel invloeden vanuit de rassen waaruit
deze doodles zijn gefokt. Dit veroorzaakt de verscheidenheid aan vachten onder
de doodles. Het is dus niet zo dat u bij de aanschaf van een labradoodle
verzekert bent van een krulvacht of wat u ook op dat plaatje gezien heeft.

Dit geldt
ook voor de hypo-allergene hond die u aanschaft op aanraden van kennissen. Maar
daar verderop meer over.

Bij de
labradoodle heb je kans op de volgende vachten voor een volwassen hond:


Curly,
gekruld (zoals een poedel)


Fleece,
golvend


Hair, plat

Het beste
is om de vachten 1 x per week te borstelen om klitvorming te voorkomen.

Het is
een sprookje dat doodles niet verharen. Elke hond verhaard, want elke haar
heeft een groeicyclus die ook bij doodles er voor zorgt dat deze een keer
uitvalt waar dan een nieuwe haar voor in de plaats komt. Alleen gebeurt dit bij
doodles het hele jaar door, waardoor je het amper in de gaten hebt. De losse
haren blijven hangen in de vacht en moeten hier echt uit geborsteld worden.

Dit in
tegenstelling tot een hond die seizoensgebonden verhaart verliest binnen een paar weken zijn haren, waar nieuwe
voor in de plaats komen.

Het
borstelen gebeurt laagje voor laagje. Til de vacht op zodat je de huid ziet.
Borstel het gedeelte onder de opgetilde vacht. En dan weer een stukje verder,
totdat de hele hond is gedaan. Losse, dode haren worden verwijdert. Borstelt u
oppervlakkig, dan zal dicht op de huid klitvorming ontstaan door de oude haren
die tussen de nieuwe haren blijven hangen.

De vacht
gaat vervilten en het gaat broeien, waardoor er hotspots kunnen ontstaan. Kaal
scheren is dan nog de enige oplossing.

Bent u
niet in staat om wat voor reden dan ook om dit zelf te doen, breng de hond dan
regelmatig naar de trimsalon. De vacht blijft gezond en de hond blijft mooi.

Allergie

Labradoodles
zijn erg in trek bij mensen met een hondenallergie. Deze honden verharen weinig
tot niet. De eiwitten in huidschilfers zorgen in de meeste gevallen voor
allergische reacties. Deze huidschilfers blijven aan haren plakken die de hond
dan verliest en de mens inademt.

Het is
mooi dat er voor de hondenliefhebbers onder hun een mogelijkheid bestaat om
toch een hond te hebben.

Het is
hier wel belangrijk bij om je daar goed in te verdiepen om teleurstellingen te
voorkomen.

De
Australian Labradoodle is het meest gevraagde ras voor mensen met een allergie.
Zelfs zo gewild dat er een wachtlijst voor is.

Waarschijnlijk
komt dit doordat de Australian Labradoodle met grote secuurheid gefokt wordt.
Zo worden ze geregistreert bij ALFA-Europe en via het DNA nagegaan of de hond
ook daadwerkelijk de juiste ouders heeft. Dit maakt helaas wel de prijs van de
hond een stuk hoger, maar je hebt wel zekerheid.

Even een
technisch staatje wat betreft de Labradoodle:

Pup

Ouders

Verhouding

Vacht

Allergie

F1

Labrador retriever x

Poedel

50 % labrador

50 % poedel

– vaak harig, soms gekruld of golvend

– lichte tot geen verharing

Voor mensen met een milde
allergie

F1B

Labradoodle x

Poedel

25 % labrador

75 % poedel

– Dikker en meer krul dan de F1

– lichte tot geen verharing

Voor mensen met een
middelmatige tot ernstige allergie

F2

Labradoodle x

Labradoodle

?

– verschillend

– verharing verschilt van
wel tot niet

Voor mensen met een
allergie niet geschikt

F2B

F1 x F1B

– verhaart meestal niet

Voor mensen met een
middelmatige tot ernstige allergie

Dat een
F2 pup zo onzeker is heeft er mee te maken dat er geen backcross (terug fokken
met een poedel zoals een F1B pup) heeft plaats gevonden. En het is juist de
poedel die er voor zorgt dat de vacht niet verhaart. Het is niet goed te
voorspellen wat voor pup hier uit ontstaat, zowel qua vachtstructuur als
hypo-allergene vacht.

Voor de
Goldendoodle geldt eigenlijk hetzelfde staatje qua verharing en hypo-allergene
vacht, alleen de vachtstructuur is iets anders.

Voor een
‘echte’ Australian Labradoodle gaat het technische verhaal nog iets verder.

Voor meer
informatie verwijs ik u naar http://www.labradoodlepups.nl/nl/labradoodle-fokschema.html. Een erg duidelijke site van
een Australian Labradoodle kennel.

Zoals je
ziet is de meest geschikte hond voor een allergisch persoon de F1B of de F2B
generatie. Dus is het belangrijk dat je nagaat wie de ouders zijn en van welke
generatie ze zijn.

Dan pas
heb je enige zekerheid wat betreft je allergie.

Buiten dat is het ook zaak
om goed uit te vinden waar je allergisch voor bent, want met een allergie voor
het speeksel en de urine van een hond wordt het natuurlijk een heel ander verhaal.